Gepost op

Hoe kies je zout?

Keukenzout

In de winkel kun je verschillende soorten zout kopen. De verschillende soorten hebben verschillende smaken. Als we het over zout hebben, bedoelen we meestal keukenzout. De scheikundige naam voor keukenzout is natriumchloride (NaCl). Wanneer het gaat over de effecten van zout gaat het vrijwel altijd over de effecten van het natrium.

Niet te veel natrium

Voor alle volwassenen geldt hoe dan ook het advies om niet meer dan 6 gram zout per dag binnen te krijgen. Dit staat gelijk aan 2,4 gram natrium. Meer dan 85% van de Nederlandse bevolking krijgt meer zout binnen dan deze maximale hoeveelheid. Volwassen mannen eten gemiddeld 9,9 gram zout per dag en vrouwen 7,5 gram per dag.

Soorten zout met en zonder jodium

De meest bekende soort is keukenzout. Dit is geraffineerd zout en kun je kopen met en zonder toegevoegd jodium. Vroeger  zag je aan de naam of jodium was toegevoegd, dat heette Jozo. Jozo heeft tegenwoordig meerdere varianten en dus ook varianten zonder jodium. Kijk daarom goed op de verpakking of er jodium aan is toegevoegd. Lo Salt is een zoutmengsel waarin een deel van het natrium is vervangen door kalium en magnesium. Deze zoutmengels zijn niet geschikt voor mensen met slechte nieren en mensen die bepaalde plaspillen of onstekingsremmers gebruiken.

Zeezout is ongeraffineerd zout. Het bevat nog (hele) kleine resten van diverse mineralen. De aanwezigheid  van mineralen geeft een grijze kleur.

Himalayazout heeft veel kleuren en is een zout afkomstig uit de zee in de Himalaya. Er zijn verschillende soorten zeezout te koop, bijvoorbeeld fleur du sel dat meer mineralen zou bevatten en noir de sel. In zeezout kunnen resten van zware metalen als lood en kwik zitten.  De vraag is dus of dat wel zo gezond is. Verder zit er in zeezout geen jodium, maar wordt dat soms toegevoegd. Dat geldt ook voor Himalayazout.

We krijgen met het eten van brood ook zout binnen, Daarvoor wordt vaak broodzout gebruikt. Broodzout is gejodeerd keukenzout. De hoeveelheid keukenzout is wettelijk bepaald  en mag gebruikt worden in brood en broodvervangers. In biologisch brood wordt meestal geen gejodeerd zout gebruikt. Dat betekent dus dat mensen die dat eten, op moeten letten of ze voldoende jodium binnenkrijgen.

Hoe kies je nu je zout

Kijk naar de verhouding natrium en kalium in het zout. Deze zijn samen immers van belang voor de hoogte van je bloeddruk. Ook Himalayazout en Keltisch zout bevatten natrium. Probeer het natrium te beperken en te kiezen voor meer kalium. Kijk daarnaast naar het jodiumgehalte in het zout. Kies (zeker als je geen/weinig brood eet) voor een variant met voldoende jodium.

Dit is de belangrijkste informatie die je nodig hebt om zelf een gezonde keuze te maken. In onze opleiding gewichtsconsulent krijg je echter meer informatie, ook o.a. over  gezonde keuzes om hart- en vaatziektes te voorkomen en hoe je voldoende jodium binnen kunt krijgen. Voor de meeste klanten gaan deze details te ver, maar als iemand er een keer naar vraagt is het fijn als je dat toch uit kunt leggen.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin
Gepost op

Val je af als je geen koolhydraten meer eet?

Als je de media zou moeten geloven is het onverantwoord om nog koolhydraten te eten, maar is dat ook zo?

Soms hoor je mensen zeggen dat ze geen koolhydraten eten. Ze bedoelen meestal dat ze geen brood, rijst en aardappels eten. Ze eten vaak wel groente en fruit. Dat zijn ook koolhydraten. Er wordt soms gedacht dat je afvalt als je koolhydraten weg laat. Dat is ook vaak zo, maar dat komt vooral omdat je dan meer bewuste keuzes maakt en  hierdoor per saldo minder kilocalorieën (kcal) binnenkrijgt. Je valt af als je door de tijd heen minder kcal eet dan je verbruikt. Alle kcal tellen mee, ook die van vet, alcohol en eiwit.

Ik hoor steeds dat we veel te veel koolhydraten zouden eten. Ik vraag me dan altijd of de afzender wel weet hoeveel koolhydraten we eten. Het advies is om 40 tot 70% van onze energie uit koolhydraten te halen. De gemiddelde Nederlander haalt 45 % van zijn energie uit koolhydraten. Dat ligt dus in de buurt van het minimum.

Uit onderzoek blijkt dat het voor je gezondheid veel meer gaat om de kwaliteit van de koolhydraten dan de hoeveelheid. Volkoren granen, groente en fruit passen goed in een gezond voedingspatroon. Het advies is om dagelijks 90 gram volkoren producten te eten.

De koolhydraten in frisdrank, koek en snoep kun je beter laten staan. Je hebt ze niet nodig. Ze leveren je wel energie maar weinig nuttige voedingsstoffen.

Dit is de belangrijkste informatie die je nodig hebt om zelf een gezonde keuze te maken. In onze opleiding gewichtsconsulent krijg je uiteraard meer informatie, ook o.a. over  gezonde keuzes om hart- en vaatziektes of diabetes type 2 te voorkomen en hoe je op een gezonde manier voldoende koolhydraten eet. Als voedings- en gewichtsconsulent moet je je cliënten immers kunnen adviseren bij hun persoonlijke situatie.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin
Gepost op

Kloppen de cijfers van de Eetmeter?

Studenten vroegen zich af of de getallen uit de Eetmeter wel kloppen. Als de macronutriënten handmatig worden berekend komen er andere getallen uit dan de Eetmeter aangeeft. Behalve koolhydraten, vet, eiwit en alcohol wordt ook de energie uit vezels, polyolen en organische zuren meegerekend om tot totaal energie te komen. Om deze reden is het totaal aantal calorieën dus hoger dan de optelsom van vet, eiwit en koolhydraten.

In NEVO wordt sinds 2011 ook de energie uit voedingsvezel en organische zuren in de berekening van het energiegehalte van het voedingsmiddel meegenomen. Eerder werd er van uitgegaan dat voedingsvezel geen energie levert omdat het niet wordt verteerd. Uit onderzoek is gebleken dat circa 70% van de voedingsvezels in de dikke darm worden gefermenteerd, waarbij energie vrijkomt. In de EU-verordening wordt uitgegaan van een gemiddelde hoeveelheid van 8 kJ (2 kcal) per gram voedingsvezel, ongeacht het type vezel. Voor organische zuren wordt in de EU-verordening uitgegaan van een gemiddelde hoeveelheid energie van 13 kJ of 3 kcal per gram, ongeacht de soort organisch zuur (13).

Een en ander staat uitgelegd op pagina 14 van dit document.

 

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin
Gepost op

Vitamine D in volle melk?

Een student merkte op dat in volle melk volgens de NEVO-tabel geen vitamine D zit en in een antwoord op een multiple choice vraag in het goede antwoord wel stond. Ik (Liesbeth) vroeg dat aan ervaren diëtisten en die dachten ook dat er vitamine D in volle melk zit. Ook zagen we dat online staan https://www.zuivelonline.nl/gezondheid/wat-zit-er-in-zuivel/vitamines/ Ik benaderde het RIVM om te vragen of de gegevens in de NEVO-tabel wel correct waren.

Het antwoord van het RIVM is:

Er staan inderdaad heel andere getallen op zuivel-online, maar ik zie niet wat de bronnen zijn van deze getallen. Ik heb vroeger ook geleerd dat er vit D in volle melk zat, maar in de NEVO zie je dat inderdaad praktisch niet terug. Er zit in kaas en boter wel vit D maar niet zo veel als op de website van zuivelonline staat aangegeven.

Als je in nevo-online op de i klikt voor het voedingsmiddel dan krijg je de details van dat voedingsmiddel te zien en zo wordt duidelijk dat de bron van het vitamine D-getal bij melk volle vit D3 gebaseerd is op een analyse uit 2009.

We hebben eerder van iemand anders dezelfde vraag gekregen. Mijn collega heeft toen dieper uitgezocht welke gegevens we over vitamine D in de volle melk hebben:

  • De gegevens in NEVO over vitamine D3 van volle en halfvolle zijn afkomstig van analyses uitgevoerd in 2009. Elk geanalyseerd monster bestond uit een mengsel van in het totaal 6 pakken gepasteuriseerde melk, van 3 verschillende merken (Friesche Vlag, AH en C1000). Het analysegehalte was bij volle en hv melk 0 mug D3/100g.
    Het vitamine D3 gehalte van rauwe melk is minder recent geanalyseerd. Dit is afkomstig uit analyses uit 1990, waarvan onbekend is waar het geanalyseerde monster uit heeft bestaan. In het originele analyserapport wordt gemeld dat het gehalte minder was dan 5 IE vitamine D3/100g (1 IE =1 IU= 0,025 mug). Het gehalte lag kennelijk onder de detectiegrens, waardoor het precieze gehalte niet bekend is.
  • Het gehalte aan 25-hydroxy vitamine D is in 2015 berekend op basis van literatuur en het vetgehalte is het betreffende voedingsmiddel. Dit gehalte is 0,011 mug/100g voor volle melk, 0,012 mug/100 g voor rauwe melk en 0,008 mug/100g voor halfvolle melk. Aangezien vitamine D in NEVO-online met 1 cijfer achter de komma wordt weergegeven, zijn deze gehaltes afgerond dus 0.
  • Vitamine D totaal in NEVO bestaat uit de optelling van D3 en 25-hydroxy vitamine D.

Wij gaan er vanuit dat er een goed getal in onze NEVO-tabel staat.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin
Gepost op

Voeding Nu: is koolhydraatarm de oplossing?

Als je media volgt zou je denken dat koolhydraatarme voeding de oplossing is voor veel gezondheidsproblemen en ook voor overgewicht. Dat ligt wat genuanceerder. In dit artikel kun je dat lezen dat keuzes die niet aansluiten bij de adviezen van de Gezondheidsraad niet slim zijn voor je gezondheid. Het gaat niet zozeer om minder koolhydraten maar om een  betere kwaliteit. Dus minder snoep/koek en meer volkorenproducten.

Leende Liesbeth Oerlemans VNU

Een wat uitgebreidere versie kun je hier lezen.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin
Gepost op

Is een suikervrij leven zinvol?

freeimage-1802451-web

Liesbeth Oerlemans en Meijke van Herwijnen

Wie overweegt om suiker te gaan minderen of zelfs helemaal te schrappen uit zijn voeding, heeft daar een reden voor. Vaak is dat dat hij of zij wil afvallen of zich gezonder wil voelen. Om duurzame gezonde gewoontes te ontwikkelen en je doel te behalen, moeten adviezen uitvoerbaar zijn en niet onnodig duur. En voor succesvol afvallen geldt: op de langere termijn moet je meer verbruiken dan dat je binnenkrijgt. Dat geldt uiteraard niet alleen voor je suikerinname, maar voor je hele voedingspatroon.

Afvallen lukt het beste als je dingen eet die verzadigen, zoals volkoren producten, noten, zaden, groente en fruit: allemaal voeding met een hoge nutriëntendichtheid. Dat is handig als je af wil vallen, want als je verzadigd bent stop je eerder met eten. Koek, snoep en snacks verzadigen slecht en bevatten wel veel calorieën. Die kun je dus beter beperken of niet nemen. Nu vinden veel mensen dat lastig, want we houden van lekker eten en vooral van zoet, vet en zout. Wie minder suikerhoudende producten wil eten, gaat dus vaak op zoek naar andere zoetmiddelen.

Alternatieven voor kristalsuiker (‘gewone’ suiker’) die vaak genoemd worden, zijn bijvoorbeeld kokosbloesemsuiker en honing. Kokosbloesemsuiker bevat echter net zoveel kilocalorieën als kristalsuiker, bevat een heel klein beetje mineralen, maar is wel extreem veel duurder.  Het bestaat voor de helft uit fructose en voor de helft uit glucose. Ook honing bevat even veel kilocalorieën als ‘gewone’ suiker. Honing is wellicht iets gezonder door de enzymwerking maar dat geldt niet als je hem boven ca. 40 graden C verhit. Dan gaan de enzymen kapot. Ermee bakken of koken werkt dus niet. En je moet koudgeslingerde honing zoeken om van de enzymwerking te profiteren.

Een ander zoetmiddel dat in de belangstelling staat, is stevia. Veel mensen denken dat stevia afkomstig is uit een plant. Maar stevia is als plant in voeding niet toegestaan. De steviolen die als zoetstof worden gebruikt, zijn een e-nummer, net als aspartaam. Er is geen onderzoek gedaan dat bewijst dat stevia verwerkt in voeding gezonder is dan aspartaam.

In het kort kun je stellen: zoet past in ons voedingspatroon, maar voor de meeste mensen geldt dat de huidige voeding (veel) teveel zoet bevat. Wennen aan minder zoet (in welke vorm dan ook) is een gezondere keuze. Probeer daarom ook frisdrank en fruitsappen te beperken.

Natuurlijk is dit niet altijd gemakkelijk. Om je voeding gezonder te maken heb je in de eerste plaats kennis nodig over wat dan gezond is. Er is nog veel meer te zeggen over de precieze werking van suikers in het menselijk lichaam. Maar daarnaast zal je de inzichten en de vaardigheden moeten hebben om je eigen gedrag aan te sturen. Dat geldt absoluut ook voor het ontwennen van snoepen. Anders blijf je ‘van hype naar hype hoppen’ en neemt je vertrouwen in je eigen keuzes alleen maar af.

De studenten aan onze opleiding tot gewichtsconsulent krijgen goed onderbouwde informatie, onder andere over toegevoegde suikers, vrije suikers, fructose, zoetstoffen en e-nummers. Daardoor weten ze hoe ze met vragen over deze onderwerpen om kunnen gaan en hoe ze informatie in de media kunnen interpreteren. Minstens zo belangrijk is, dat ze leren hoe ze mensen kunnen begeleiden om echt dichter bij hun doel te komen.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin