Gepost op

Gewichtsproblemen nemen toe na je dertigste

In een wereld vol verleidingen is het al begrijpelijk dat mensen snel teveel eten en daardoor te zwaar worden. Met de jaren neemt dit probleem echter toe. Wij zijn als mensen namelijk geprogrammeerd om na onze dertigste langzaam steeds minder energie te verbruiken. In vroeger tijden was dat belangrijk: de jongere generaties hadden het schaarse voedsel nodig, dus vanaf een jaar of 35 (als je onderhand wel opa of oma geworden was) moest je minder eten vragen. Je lichaam heeft dat geregeld door rond vanaf een jaar of 30 langzaam je stofwisseling wat trager te maken en minder spierweefsel te onderhouden. Juist dat spierweefsel verbruikt immers veel brandstof. Je zin in bewegen en sporten wordt er dus ook niet groter op.

Als je vanaf je dertigste elk jaar een procentje minder spieren hebt en een procentje trager wordt in je stofwisseling, begin je dat rond je 40e of 50e echt wel te merken. Dan is er immers 10-20% minder nodig. De meeste mensen beseffen dat niet en blijven gewoon hetzelfde eten. Of misschien zelfs meer, omdat je in je drukke leven wel een extraatje verdiend hebt? Intussen beweeg en sport je misschien ook niet meer zo actief. Gevolg zal dan zijn dat je brandstof overhoudt. En dat wordt opgeslagen in de vorm van lichaamsvet.

Dit proces gaat almaar verder en terwijl je minder brandstof nodig hebt, heb je méér voedingsstoffen nodig. Je lichaam verslijt immers met de jaren langzaam. Het repareren en maken van lichaamscellen wordt dus een steeds grotere klus. Daar zijn een hoop stofjes bij nodig, die uit je voeding moeten komen. Kortom: hoe ouder je wordt, hoe groter het belang van een uitgebalanceerd voedingspatroon wordt. Je moet almaar beter gaan eten.

Als gewichtsconsulent moet je dit soort zaken begrijpen om je cliënten te ondersteunen. Maar ook om te beseffen hoeveel je kan bijdragen aan het welzijn van mensen. In onze opleiding tot gewichtsconsulent is de samenhang tussen allerlei feiten dus heel belangrijk. Je stampt geen kennis, je leert mensen begeleiden bij vraagstukken die echt impact hebben.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin
Gepost op

Is dat duur, zo’n gewichtsconsulent?

Mensen vinden het over het algemeen leuk om geld uit te geven. Als ze tenminste iets kopen wat ze nodig denken te hebben of waarvan ze denken dat hun leven meer glans krijgt. Nieuwe kleding, een nieuw apparaat, een leuke cursus, iets lekkers, een dienst die het leven gemakkelijker maakt. Wat ze lastiger lijken te vinden, is geld uitgeven aan begeleiding bij dingen die ze nog niet goed kunnen en waar ze last van hebben.

Waarom is dat? Waarschijnlijk omdat je een pakketje onzekerheden koopt. Als ik met jouw hulp mijn gewoontes moet veranderen en ik heb er geen vertrouwen in dat ik dat kan, dan is de kans toch groot dat het niet lukt? Dan koop ik dus een teleurstelling. Dat wil ik niet. En misschien schaam ik me ook wel dat ik hulp nodig heb. Dus vind ik het algauw veel geld. Zestig euro voor een gesprek van een uur? Wat heb ik dan gekocht?

Als je dit weet, snap je dat je uitdaging niet is om mensen uit te leggen dat het niet te duur is. Het gaat niet om duur of goedkoop. Het gaat erom dat je toekomstige klant het gevoel krijgt dat hij iets moois bij jou vindt. Iets wat hij nodig heeft of dat zijn leven meer glans geeft. En vooral iets wat kan lukken. Hoe meer je het kunt ‘vastpakken’ wat je koopt, des te makkelijker durf je het aan. Vandaar dat een begeleidingspakket met een bepaalde belofte beter verkoopt dan 3x een uur met jou praten. Dat het helpt als je op je site kunt zetten dat je deelnemers bijvoorbeeld na drie maanden een anderhalf punt hoger rapportcijfer voor hun energie kunnen geven. En zo zijn er nog veel meer manieren om mensen houvast te geven.

Iedere professional heeft zijn eigen manier nodig om potentiële klanten te raken met wat hij te bieden heeft. In onze opleiding tot gewichtsconsulent besteden we hier dus ook veel aandacht aan. En wat in het begin misschien nog wel belangrijker is dan je klant overtuigen: wennen aan het idee dat je echt wat te bieden hebt en dat je daar geld voor kan vragen. Dat je dat geld zelfs dubbel en dwars waard blijkt te zijn. Want veel goede gewichtsconsulenten zijn behoorlijk bescheiden, blijkt. 😉

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin
Gepost op

Hoe kies je zout?

Keukenzout

In de winkel kun je verschillende soorten zout kopen. De verschillende soorten hebben verschillende smaken. Als we het over zout hebben, bedoelen we meestal keukenzout. De scheikundige naam voor keukenzout is natriumchloride (NaCl). Wanneer het gaat over de effecten van zout gaat het vrijwel altijd over de effecten van het natrium.

Niet te veel natrium

Voor alle volwassenen geldt hoe dan ook het advies om niet meer dan 6 gram zout per dag binnen te krijgen. Dit staat gelijk aan 2,4 gram natrium. Meer dan 85% van de Nederlandse bevolking krijgt meer zout binnen dan deze maximale hoeveelheid. Volwassen mannen eten gemiddeld 9,9 gram zout per dag en vrouwen 7,5 gram per dag.

Soorten zout met en zonder jodium

De meest bekende soort is keukenzout. Dit is geraffineerd zout en kun je kopen met en zonder toegevoegd jodium. Vroeger  zag je aan de naam of jodium was toegevoegd, dat heette Jozo. Jozo heeft tegenwoordig meerdere varianten en dus ook varianten zonder jodium. Kijk daarom goed op de verpakking of er jodium aan is toegevoegd. Lo Salt is een zoutmengsel waarin een deel van het natrium is vervangen door kalium en magnesium. Deze zoutmengels zijn niet geschikt voor mensen met slechte nieren en mensen die bepaalde plaspillen of onstekingsremmers gebruiken.

Zeezout is ongeraffineerd zout. Het bevat nog (hele) kleine resten van diverse mineralen. De aanwezigheid  van mineralen geeft een grijze kleur.

Himalayazout heeft veel kleuren en is een zout afkomstig uit de zee in de Himalaya. Er zijn verschillende soorten zeezout te koop, bijvoorbeeld fleur du sel dat meer mineralen zou bevatten en noir de sel. In zeezout kunnen resten van zware metalen als lood en kwik zitten.  De vraag is dus of dat wel zo gezond is. Verder zit er in zeezout geen jodium, maar wordt dat soms toegevoegd. Dat geldt ook voor Himalayazout.

We krijgen met het eten van brood ook zout binnen, Daarvoor wordt vaak broodzout gebruikt. Broodzout is gejodeerd keukenzout. De hoeveelheid keukenzout is wettelijk bepaald  en mag gebruikt worden in brood en broodvervangers. In biologisch brood wordt meestal geen gejodeerd zout gebruikt. Dat betekent dus dat mensen die dat eten, op moeten letten of ze voldoende jodium binnenkrijgen.

Hoe kies je nu je zout

Kijk naar de verhouding natrium en kalium in het zout. Deze zijn samen immers van belang voor de hoogte van je bloeddruk. Ook Himalayazout en Keltisch zout bevatten natrium. Probeer het natrium te beperken en te kiezen voor meer kalium. Kijk daarnaast naar het jodiumgehalte in het zout. Kies (zeker als je geen/weinig brood eet) voor een variant met voldoende jodium.

Dit is de belangrijkste informatie die je nodig hebt om zelf een gezonde keuze te maken. In onze opleiding gewichtsconsulent krijg je echter meer informatie, ook o.a. over  gezonde keuzes om hart- en vaatziektes te voorkomen en hoe je voldoende jodium binnen kunt krijgen. Voor de meeste klanten gaan deze details te ver, maar als iemand er een keer naar vraagt is het fijn als je dat toch uit kunt leggen.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin
Gepost op

Wat is beter, voedingsadvies of coachen?

Veel mensen hebben het over coachen. In allerlei beroepen word je geacht ‘coachend’ te werken. Is dat dus altijd beter?

Je zou je kunnen voorstellen dat een coach iemand is die niet afgaat op zijn eigen meningen en oordelen, maar die luistert naar wat zijn klant belangrijk vindt en hem ook helpt benoemen wat hij wil. Heel nuttig, ook bij voedingsvraagstukken. Maar als vragen stellen het enige is wat je moet te doen, hoef je dan geen voedingskennis meer te hebben? Is advies geven slecht? En bestaat er dan wel zoiets als een ‘voedingscoach’? Als je toch geen advies mag geven, is een generieke coach immers de beste ondersteuner. Die kan niet eens adviseren, hij is lekker blanco en weet niets over het onderwerp.

Voor je in verwarring raakt, geef ik je een nuttig houvast: als je mensen begeleidt bij hun voedingskeuzes, moet je vooral zorgen dat je cliënt bij elk contact met jou meer vertrouwen krijgt in zijn eigen vermogen om goed te eten. Dat betekent dat je een advies geeft als hij klaar is voor een advies en als hij net dat ene weetje nodig heeft, dat jij kan bieden. En dat je vragen stelt en goed luistert als hij zijn gedachten moet ordenen. Dan geef je dus juist géén tips. Hoe meer training je hebt gehad, des te beter voel je aan wat je moet doen om je cliënt zijn vertrouwen te laten groeien. Dat is echt vakmanschap. Je krijgt er bij ons in de opleiding een goede basis in… en dan ga je natuurlijk aan de slag in je eigen praktijk om verder te oefenen. Als je mensen begeleidt bij het veranderen van hun gedrag, ben je nooit uitgeleerd.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin
Gepost op

Val je af als je geen koolhydraten meer eet?

Als je de media zou moeten geloven is het onverantwoord om nog koolhydraten te eten, maar is dat ook zo?

Soms hoor je mensen zeggen dat ze geen koolhydraten eten. Ze bedoelen meestal dat ze geen brood, rijst en aardappels eten. Ze eten vaak wel groente en fruit. Dat zijn ook koolhydraten. Er wordt soms gedacht dat je afvalt als je koolhydraten weg laat. Dat is ook vaak zo, maar dat komt vooral omdat je dan meer bewuste keuzes maakt en  hierdoor per saldo minder kilocalorieën (kcal) binnenkrijgt. Je valt af als je door de tijd heen minder kcal eet dan je verbruikt. Alle kcal tellen mee, ook die van vet, alcohol en eiwit.

Ik hoor steeds dat we veel te veel koolhydraten zouden eten. Ik vraag me dan altijd of de afzender wel weet hoeveel koolhydraten we eten. Het advies is om 40 tot 70% van onze energie uit koolhydraten te halen. De gemiddelde Nederlander haalt 45 % van zijn energie uit koolhydraten. Dat ligt dus in de buurt van het minimum.

Uit onderzoek blijkt dat het voor je gezondheid veel meer gaat om de kwaliteit van de koolhydraten dan de hoeveelheid. Volkoren granen, groente en fruit passen goed in een gezond voedingspatroon. Het advies is om dagelijks 90 gram volkoren producten te eten.

De koolhydraten in frisdrank, koek en snoep kun je beter laten staan. Je hebt ze niet nodig. Ze leveren je wel energie maar weinig nuttige voedingsstoffen.

Dit is de belangrijkste informatie die je nodig hebt om zelf een gezonde keuze te maken. In onze opleiding gewichtsconsulent krijg je uiteraard meer informatie, ook o.a. over  gezonde keuzes om hart- en vaatziektes of diabetes type 2 te voorkomen en hoe je op een gezonde manier voldoende koolhydraten eet. Als voedings- en gewichtsconsulent moet je je cliënten immers kunnen adviseren bij hun persoonlijke situatie.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin
Gepost op

Wat beloof jij je cliënt?

Meijke van Herwijnen

Als voedings- en gewichtsconsulent streef je ernaar dat iemand gezond gaat eten en een gezond gewicht kan krijgen en houden. Dat zou je globaal op twee manieren kunnen aanpakken:

  1. Je gaat stapje voor stapje werken aan haalbare veranderingen. Doordat iemand zijn voeding en leefstijl aanpast, zal hij ook een gezonder gewicht krijgen. Hoe snel dat gaat, weet je niet van tevoren. Daar gaat het ook niet om, want je streeft er samen vooral naar dat alles ‘klopt’ voor de cliënt en dat hij geen ‘rare dingen’ hoeft te doen.
  2. Je helpt de cliënt met een paar gezonde quick wins om bij aanvang van het traject meteen wat af te vallen, zodat hij gemotiveerd raakt en merkt dat het echt wat oplevert als je gewoontes verandert. Vervolgens ga je bijsturen: je kijkt welke dingen haalbaar zijn, lost knelpunten op en zorgt dat de cliënt verder kan met zijn gezonde gewoontes.

De ene aanpak is niet beter dan de andere. Het kan wel zijn dat jij of je cliënt een voorkeur heeft voor een van beide. Wat in ieder geval niet zo handig is, is om de indruk te wekken dat je versie 2 doet, terwijl je vervolgens begeleidt volgens versie 1. Dan beland je waarschijnlijk al snel in gesprekken over ‘waarom ik nog niet afval’ en ga je mogelijk ook zelf twijfelen of je het wel goed genoeg doet in de begeleiding. Verwachtingen goed managen bij jezelf en de cliënt is de helft van je succes! In onze opleiding krijgt dat dus ook aandacht.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin
Gepost op

Voedingsadviseur, waarom niet?

Ooit was er de opleiding voedingsadviseur, daarna kon je je verder specialiseren tot gewichtsconsulent. Dat woord ‘voeding’ is daarna bijna overal uit de opleidingsnaam verdwenen. En dat is best jammer, zeker nu er zoveel te doen is over de leefstijlcoach en veel mensen zich afvragen wat het verschil is tussen een gewichtsconsulent en een leefstijlcoach.

Dat is een zinvol discussieonderwerp, dat verschil. Wij bespreken dat al geruime tijd onderling en willen onze uitkomsten graag met jullie delen. Een leefstijlcoach geeft geen voedingsadvies, die coacht mensen op hun eigen doel. Soms heeft voeding daarbij een hoofdrol, soms niet. De leefstijlcoach leert mensen om betere dagelijkse keuzes te maken. Onder andere bij stress, energiegebrek en overgewicht. Hij richt zich in de eerste plaats op gedrag en motivatie, daarna komen de relevante leefstijlonderwerpen om de hoek kijken.

Als je dat in ogenschouw neemt, wat kan dan het onderscheidend vermogen zijn van een gewichtsconsulent? Voeding en advies, denken wij. Wij denken namelijk dat er veel mensen in Nederland zijn die graag advies willen bij hun voedingspatroon. Niet omdat er een medische aanleiding is, maar omdat er zoveel kennis en inzicht nodig is om je voeding goed samen te stellen. Ze willen iemand die meedenkt over hun persoonlijke situatie en die ze helpt door de bomen het bos te zien. Dat zou de voedings- en gewichtsconsulent kunnen doen.

Wat ons betreft mag dat woord voeding dus weer terug in de naam van de opleiding en het beroep, zodat professionals beter kunnen kiezen waar hun passie ligt. Bij voeding (word voedings- en gewichtsconsulent!), of bij coachen op leefstijl (word leefstijlcoach!). Bovendien toont deze naam particulieren met een voedingsvraagstuk dat ze ook bij de voedings- en gewichtsconsulent terecht kunnen als ze (nog) geen gewichtsproblemen hebben. Bijvoorbeeld omdat ze willen checken of ze ‘het nu goed doen’ in de wirwar van voedingsinformatie, omdat ze denken dat ze meer energie kunnen krijgen bij een beter eetpatroon, of omdat ze gewoon belangstelling hebben voor voeding.

Onze opleiding krijgt per heden de naam Voedings- en Gewichtsconsulent. Ook ons lesprogramma geven we een extra boost, door de voedingskennis nog verder te verdiepen. Denk bijvoorbeeld aan de afweging duurzaam versus betaalbaar. Of gezond versus genieten. Ook voedingshypes en  Na onze opleiding kun je daarin adviseren, op basis van wetenschappelijk onderbouwde argumenten én goed luisteren naar je cliënt. We gaan de elementen over leefstijlcoaching er dus niet uithalen, maar wel ombuigen richting uitstekend adviseren. Ook bij het schrijven van de bedrijfsplannen bieden we de voedings- en gewichtsconsulenten ondersteuning om een succesvolle voedingsadviespraktijk te starten voor particulieren.

Meedoen? De nieuwe opleidingsgroep start vrijdag 22 februari. Je kunt je hier inschrijven.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin
Gepost op

Hoe werkt afvallen eigenlijk?

greek_salad_on_plate_191666Meijke van Herwijnen

 

De meeste mensen gaan ervan uit dat afslanken betekent: ik ga minder eten en/of meer bewegen. En dan word je slank, dus voel je je beter en mooier.

Maar eigenlijk zit het net een beetje anders. Als je overgewicht hebt, kun je ervan uitgaan dat er iets uit balans is geraakt. Misschien krijg je teveel brandstof binnen, is je hormoonsysteem ontregeld geraakt (bijvoorbeeld door teveel stress, te weinig slaap of slecht eten) of draait je ‘motor’ niet goed meer. Of nog weer iets anders, of verschillende dingen tegelijk. In ieder geval is het niet de bedoeling van je lichaam geweest om moe of sloom te worden, of allemaal extra kilo’s mee te sjouwen elke dag. Er is iets misgegaan.

Wat je dus te doen staat, is de balans herstellen. En inderdaad: dat kan betekenen dat je meer gezonde dingen moet eten, zodat je lichaam de ontbrekende voedingsstoffen binnenkrijgt en jij minder honger krijgt. Of dat je meer moet bewegen, zodat je hoofd een beetje rust krijgt en je motor weer gaat draaien. Maar er kunnen ook andere dingen spelen. Of je nu je werk saai vindt, te laat naar bed gaat, niet weet hoe je nee moet zeggen tegen dingen die je niet wilt… al die dingen dragen bij aan de onbalans.

Zodra je de balans begint te herstellen, krijg je de ene beloning na de andere. Dingen worden leuker. Je krijgt meer energie. Mensen vinden je aantrekkelijker (en niet alleen uiterlijk!). Je krijgt meer zelfvertrouwen. En je verliest overtollig vet, terwijl je lichaam mooiere vormen krijgt.

Het is dus niet: door het afslanken komt de balans terug. Maar omgekeerd: als je de balans herstelt, zul je afvallen. Dat is een hele klus. Schaam je dus niet als het een keer mislukt is, of al heel vaak. Pak vandaag een verbeterpunt op dat voor jou haalbaar is en bouw stap voor stap aan je nieuwe balans. Het voordeel is, dat je dan niet in september, januari of april weer aan een nieuw dieet hoeft te beginnen dat ook weer mislukt. Je bouwt almaar verder aan je gezonde lichaam en aan een mooi leven.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin
Gepost op

Is een suikervrij leven zinvol?

freeimage-1802451-web

Liesbeth Oerlemans en Meijke van Herwijnen

Wie overweegt om suiker te gaan minderen of zelfs helemaal te schrappen uit zijn voeding, heeft daar een reden voor. Vaak is dat dat hij of zij wil afvallen of zich gezonder wil voelen. Om duurzame gezonde gewoontes te ontwikkelen en je doel te behalen, moeten adviezen uitvoerbaar zijn en niet onnodig duur. En voor succesvol afvallen geldt: op de langere termijn moet je meer verbruiken dan dat je binnenkrijgt. Dat geldt uiteraard niet alleen voor je suikerinname, maar voor je hele voedingspatroon.

Afvallen lukt het beste als je dingen eet die verzadigen, zoals volkoren producten, noten, zaden, groente en fruit: allemaal voeding met een hoge nutriëntendichtheid. Dat is handig als je af wil vallen, want als je verzadigd bent stop je eerder met eten. Koek, snoep en snacks verzadigen slecht en bevatten wel veel calorieën. Die kun je dus beter beperken of niet nemen. Nu vinden veel mensen dat lastig, want we houden van lekker eten en vooral van zoet, vet en zout. Wie minder suikerhoudende producten wil eten, gaat dus vaak op zoek naar andere zoetmiddelen.

Alternatieven voor kristalsuiker (‘gewone’ suiker’) die vaak genoemd worden, zijn bijvoorbeeld kokosbloesemsuiker en honing. Kokosbloesemsuiker bevat echter net zoveel kilocalorieën als kristalsuiker, bevat een heel klein beetje mineralen, maar is wel extreem veel duurder.  Het bestaat voor de helft uit fructose en voor de helft uit glucose. Ook honing bevat even veel kilocalorieën als ‘gewone’ suiker. Honing is wellicht iets gezonder door de enzymwerking maar dat geldt niet als je hem boven ca. 40 graden C verhit. Dan gaan de enzymen kapot. Ermee bakken of koken werkt dus niet. En je moet koudgeslingerde honing zoeken om van de enzymwerking te profiteren.

Een ander zoetmiddel dat in de belangstelling staat, is stevia. Veel mensen denken dat stevia afkomstig is uit een plant. Maar stevia is als plant in voeding niet toegestaan. De steviolen die als zoetstof worden gebruikt, zijn een e-nummer, net als aspartaam. Er is geen onderzoek gedaan dat bewijst dat stevia verwerkt in voeding gezonder is dan aspartaam.

In het kort kun je stellen: zoet past in ons voedingspatroon, maar voor de meeste mensen geldt dat de huidige voeding (veel) teveel zoet bevat. Wennen aan minder zoet (in welke vorm dan ook) is een gezondere keuze. Probeer daarom ook frisdrank en fruitsappen te beperken.

Natuurlijk is dit niet altijd gemakkelijk. Om je voeding gezonder te maken heb je in de eerste plaats kennis nodig over wat dan gezond is. Er is nog veel meer te zeggen over de precieze werking van suikers in het menselijk lichaam. Maar daarnaast zal je de inzichten en de vaardigheden moeten hebben om je eigen gedrag aan te sturen. Dat geldt absoluut ook voor het ontwennen van snoepen. Anders blijf je ‘van hype naar hype hoppen’ en neemt je vertrouwen in je eigen keuzes alleen maar af.

De studenten aan onze opleiding tot gewichtsconsulent krijgen goed onderbouwde informatie, onder andere over toegevoegde suikers, vrije suikers, fructose, zoetstoffen en e-nummers. Daardoor weten ze hoe ze met vragen over deze onderwerpen om kunnen gaan en hoe ze informatie in de media kunnen interpreteren. Minstens zo belangrijk is, dat ze leren hoe ze mensen kunnen begeleiden om echt dichter bij hun doel te komen.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin
Gepost op

Melk, goed voor elk?

fles_melkLiesbeth Oerlemans

Mede naar aanleiding van het boek “Melk de witte sloper” zijn mensen steeds kritischer over melk. Maar moet je nu wel of geen melk(producten) gebruiken? En wat zijn de mogelijke knelpunten als je dat niet doet?

Melk is een bron van eiwitten, vitamine B2, B12 en calcium. Eiwit krijgen we gemiddeld in Nederland voldoende binnen. Let er wel op dat de meeste melkvervangers geen of nauwelijks eiwit bevatten. Vitamine B12 zit alleen in dierlijke producten. Dus als je die niet eet, zul je een supplement moeten gebruiken. Vitamine B2 zit van nature in champignons, edelgist, havermout, broccoli, bonen en amandelen. Calcium halen we in Nederland voor 58% uit melk(producten). Daarom is calcium toegevoegd aan melkvervangers.

Sommige mensen kunnen geen melk verdragen. Dit kan komen door:

  • een verminderde darmwerking
  • lactose-intolerantie
  • koemelkallergie

Als je darmen niet goed functioneren, kan het zijn dat je melk minder goed kunt verteren. Het heeft dan de voorkeur om je darmwerking te verbeteren. Ben je lactose-intolerant, dan kun je lactose moeilijk verteren omdat je geen of minder lactase aanmaakt. In Nederland heeft ongeveer 5 procent van de mensen hier last van. Vaak kun je nog wel verspreid over de dag twee melkconsumpties verdragen. Zure melkproducten en Nederlandse harde kazen geven minder snel klachten omdat daar minder lactose in zit. Daarnaast zijn er mensen die een koemelkallergie hebben. Die zijn allergisch voor een eiwit in koemelk. Dan moet je koemelk echt vermijden. In Nederland heeft ca. 2,4 procent van de kinderen hier last van. Vooral kleine kinderen kunnen hier last van hebben, maar een deel hiervan groeit hierover heen.

Je kunt ervoor kiezen om geen melk te drinken uit principe of om de wereld minder te belasten. Dat zijn persoonlijke afwegingen. Als je geen melk en andere zuivel gebruikt omdat je denkt dat gezonder is, kun je je afvragen of dat daadwerkelijk op feiten is gebaseerd. Soms zeggen mensen dat ze zich goed voelen en dat meer calcium dus niet nodig is. Maar botontkalking voel je niet en merk je pas als je iets breekt. Het wordt wel beweerd dat melk botontkalking veroorzaakt, maar het gaat hier om de balans. Zowel te weinig als teveel calcium binnenkrijgen veroorzaakt botontkalking.

Als je per se geen melkproducten wilt gebruiken, is het dus wel belangrijk om te zorgen dat je voldoende calcium binnen krijgt. De dagelijks aanbevolen hoeveelheid is voor volwassenen 1.000 milligram. Als je minder calcium gebruikt, is de opname beter. Ook helpt een goede vitamine D-status. Om botontkalking te voorkomen/beperken is ook bewegen van belang en dan vooral bewegen waarbij je je botten belast: wandelen of fietsen in plaats van zwemmen.

De genoemde 1.000 milligram is de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH). De ADH is een maat om aan te geven hoeveel van een voedingsstof gezonde mensen dagelijks nodig hebben. De behoefte kan van persoon tot persoon flink uiteenlopen. Dat heeft te maken met verschillen in gewicht en in stofwisseling en met erfelijke factoren. Daarom is er een ruime marge ingebouwd. Als je in voedingstabellen kijkt, zie je de hoeveelheid calcium die in een voedingsmiddel zit. Dit is niet zelfde als de hoeveelheid die door je lichaam wordt opgenomen. Als je van die 1.000 milligram uit gaat en de waarde uit de voedingstabellen gebruikt, hoef je geen rekening te houden met welk deel wordt opgenomen. Dat zit al verwerkt in die ADH van 1.000 milligram.

Voor diegene die dat toch willen weten, zette ik dat nog wel even op een rijtje.

Calcium per 100gram voedingsmiddel in milligram

Voedingsmiddel Calcium Opname Per 100 gram
Melk 122 32 % 39
Boerenkool 180 49 % 88
Chinese kool 115 40 % 46
Paksoi 54 54 % 29
Spinazie 105   5 %  5
Amandelen 283 20% 56
Tahoe 188 31 % 58

Vergelijking met portie halfvolle melk van 200 ml, opname 78 milligram

Voedingsmiddel Aantal gram In kcal
Melk halfvol 200 92
Boerenkool 89 38
Chinese kool 170 29
Paksoi 269 38
Spinazie 15.600 4.056
Amandelen 140 922
Tahoe 134 151

Uit de tabel blijkt dat amandelen ter vervanging voor de calcium in melk tien keer zoveel kilocalorieën bevatten.

Als je geen zuivel gebruikt moet je goed bedenken hoe je voldoende calcium binnen krijgt. Heb je een tijd weinig of geen zuivel gebruikt en besluit je nu om toch weer wat (extra) zuivel te gaan gebruiken, dan is het raadzaam om langzaam op te bouwen. Je lichaam moet weer wennen om lactaat aan te maken.

Dit is de belangrijkste informatie die je nodig hebt om zelf een gezonde keuze te maken. In onze opleiding tot gewichtsconsulent krijg je echter meer informatie, ook o.a. over lactose-intolerantie, botontkalking, IGF en caseïne. En uiteraard leer je hoe je goed om kunt gaan met vragen over wel of geen melk gebruiken, en hoe je je cliënten echt verder helpt bij het behalen van hun doelen.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin