Gepost op

Gewichtsproblemen nemen toe na je dertigste

In een wereld vol verleidingen is het al begrijpelijk dat mensen snel teveel eten en daardoor te zwaar worden. Met de jaren neemt dit probleem echter toe. Wij zijn als mensen namelijk geprogrammeerd om na onze dertigste langzaam steeds minder energie te verbruiken. In vroeger tijden was dat belangrijk: de jongere generaties hadden het schaarse voedsel nodig, dus vanaf een jaar of 35 (als je onderhand wel opa of oma geworden was) moest je minder eten vragen. Je lichaam heeft dat geregeld door rond vanaf een jaar of 30 langzaam je stofwisseling wat trager te maken en minder spierweefsel te onderhouden. Juist dat spierweefsel verbruikt immers veel brandstof. Je zin in bewegen en sporten wordt er dus ook niet groter op.

Als je vanaf je dertigste elk jaar een procentje minder spieren hebt en een procentje trager wordt in je stofwisseling, begin je dat rond je 40e of 50e echt wel te merken. Dan is er immers 10-20% minder nodig. De meeste mensen beseffen dat niet en blijven gewoon hetzelfde eten. Of misschien zelfs meer, omdat je in je drukke leven wel een extraatje verdiend hebt? Intussen beweeg en sport je misschien ook niet meer zo actief. Gevolg zal dan zijn dat je brandstof overhoudt. En dat wordt opgeslagen in de vorm van lichaamsvet.

Dit proces gaat almaar verder en terwijl je minder brandstof nodig hebt, heb je méér voedingsstoffen nodig. Je lichaam verslijt immers met de jaren langzaam. Het repareren en maken van lichaamscellen wordt dus een steeds grotere klus. Daar zijn een hoop stofjes bij nodig, die uit je voeding moeten komen. Kortom: hoe ouder je wordt, hoe groter het belang van een uitgebalanceerd voedingspatroon wordt. Je moet almaar beter gaan eten.

Als gewichtsconsulent moet je dit soort zaken begrijpen om je cliënten te ondersteunen. Maar ook om te beseffen hoeveel je kan bijdragen aan het welzijn van mensen. In onze opleiding tot gewichtsconsulent is de samenhang tussen allerlei feiten dus heel belangrijk. Je stampt geen kennis, je leert mensen begeleiden bij vraagstukken die echt impact hebben.

Facebooktwitterlinkedin
Gepost op

Wat is beter, voedingsadvies of coachen?

Veel mensen hebben het over coachen. In allerlei beroepen word je geacht ‘coachend’ te werken. Is dat dus altijd beter?

Je zou je kunnen voorstellen dat een coach iemand is die niet afgaat op zijn eigen meningen en oordelen, maar die luistert naar wat zijn klant belangrijk vindt en hem ook helpt benoemen wat hij wil. Heel nuttig, ook bij voedingsvraagstukken. Maar als vragen stellen het enige is wat je moet te doen, hoef je dan geen voedingskennis meer te hebben? Is advies geven slecht? En bestaat er dan wel zoiets als een ‘voedingscoach’? Als je toch geen advies mag geven, is een generieke coach immers de beste ondersteuner. Die kan niet eens adviseren, hij is lekker blanco en weet niets over het onderwerp.

Voor je in verwarring raakt, geef ik je een nuttig houvast: als je mensen begeleidt bij hun voedingskeuzes, moet je vooral zorgen dat je cliënt bij elk contact met jou meer vertrouwen krijgt in zijn eigen vermogen om goed te eten. Dat betekent dat je een advies geeft als hij klaar is voor een advies en als hij net dat ene weetje nodig heeft, dat jij kan bieden. En dat je vragen stelt en goed luistert als hij zijn gedachten moet ordenen. Dan geef je dus juist géén tips. Hoe meer training je hebt gehad, des te beter voel je aan wat je moet doen om je cliënt zijn vertrouwen te laten groeien. Dat is echt vakmanschap. Je krijgt er bij ons in de opleiding een goede basis in… en dan ga je natuurlijk aan de slag in je eigen praktijk om verder te oefenen. Als je mensen begeleidt bij het veranderen van hun gedrag, ben je nooit uitgeleerd.

Facebooktwitterlinkedin
Gepost op

Voedingsadviseur, waarom niet?

Ooit was er de opleiding voedingsadviseur, daarna kon je je verder specialiseren tot gewichtsconsulent. Dat woord ‘voeding’ is daarna bijna overal uit de opleidingsnaam verdwenen. En dat is best jammer, zeker nu er zoveel te doen is over de leefstijlcoach en veel mensen zich afvragen wat het verschil is tussen een gewichtsconsulent en een leefstijlcoach.

Dat is een zinvol discussieonderwerp, dat verschil. Wij bespreken dat al geruime tijd onderling en willen onze uitkomsten graag met jullie delen. Een leefstijlcoach geeft geen voedingsadvies, die coacht mensen op hun eigen doel. Soms heeft voeding daarbij een hoofdrol, soms niet. De leefstijlcoach leert mensen om betere dagelijkse keuzes te maken. Onder andere bij stress, energiegebrek en overgewicht. Hij richt zich in de eerste plaats op gedrag en motivatie, daarna komen de relevante leefstijlonderwerpen om de hoek kijken.

Als je dat in ogenschouw neemt, wat kan dan het onderscheidend vermogen zijn van een gewichtsconsulent? Voeding en advies, denken wij. Wij denken namelijk dat er veel mensen in Nederland zijn die graag advies willen bij hun voedingspatroon. Niet omdat er een medische aanleiding is, maar omdat er zoveel kennis en inzicht nodig is om je voeding goed samen te stellen. Ze willen iemand die meedenkt over hun persoonlijke situatie en die ze helpt door de bomen het bos te zien. Dat zou de voedings- en gewichtsconsulent kunnen doen.

Wat ons betreft mag dat woord voeding dus weer terug in de naam van de opleiding en het beroep, zodat professionals beter kunnen kiezen waar hun passie ligt. Bij voeding (word voedings- en gewichtsconsulent!), of bij coachen op leefstijl (word leefstijlcoach!). Bovendien toont deze naam particulieren met een voedingsvraagstuk dat ze ook bij de voedings- en gewichtsconsulent terecht kunnen als ze (nog) geen gewichtsproblemen hebben. Bijvoorbeeld omdat ze willen checken of ze ‘het nu goed doen’ in de wirwar van voedingsinformatie, omdat ze denken dat ze meer energie kunnen krijgen bij een beter eetpatroon, of omdat ze gewoon belangstelling hebben voor voeding.

Onze opleiding krijgt per heden de naam Voedings- en Gewichtsconsulent. Ook ons lesprogramma geven we een extra boost, door de voedingskennis nog verder te verdiepen. Denk bijvoorbeeld aan de afweging duurzaam versus betaalbaar. Of gezond versus genieten. Ook voedingshypes en  Na onze opleiding kun je daarin adviseren, op basis van wetenschappelijk onderbouwde argumenten én goed luisteren naar je cliënt. We gaan de elementen over leefstijlcoaching er dus niet uithalen, maar wel ombuigen richting uitstekend adviseren. Ook bij het schrijven van de bedrijfsplannen bieden we de voedings- en gewichtsconsulenten ondersteuning om een succesvolle voedingsadviespraktijk te starten voor particulieren.

Meedoen? De nieuwe opleidingsgroep start vrijdag 22 februari. Je kunt je hier inschrijven.

Facebooktwitterlinkedin
Gepost op

Hoe werkt afvallen eigenlijk?

greek_salad_on_plate_191666Meijke van Herwijnen

 

De meeste mensen gaan ervan uit dat afslanken betekent: ik ga minder eten en/of meer bewegen. En dan word je slank, dus voel je je beter en mooier.

Maar eigenlijk zit het net een beetje anders. Als je overgewicht hebt, kun je ervan uitgaan dat er iets uit balans is geraakt. Misschien krijg je teveel brandstof binnen, is je hormoonsysteem ontregeld geraakt (bijvoorbeeld door teveel stress, te weinig slaap of slecht eten) of draait je ‘motor’ niet goed meer. Of nog weer iets anders, of verschillende dingen tegelijk. In ieder geval is het niet de bedoeling van je lichaam geweest om moe of sloom te worden, of allemaal extra kilo’s mee te sjouwen elke dag. Er is iets misgegaan.

Wat je dus te doen staat, is de balans herstellen. En inderdaad: dat kan betekenen dat je meer gezonde dingen moet eten, zodat je lichaam de ontbrekende voedingsstoffen binnenkrijgt en jij minder honger krijgt. Of dat je meer moet bewegen, zodat je hoofd een beetje rust krijgt en je motor weer gaat draaien. Maar er kunnen ook andere dingen spelen. Of je nu je werk saai vindt, te laat naar bed gaat, niet weet hoe je nee moet zeggen tegen dingen die je niet wilt… al die dingen dragen bij aan de onbalans.

Zodra je de balans begint te herstellen, krijg je de ene beloning na de andere. Dingen worden leuker. Je krijgt meer energie. Mensen vinden je aantrekkelijker (en niet alleen uiterlijk!). Je krijgt meer zelfvertrouwen. En je verliest overtollig vet, terwijl je lichaam mooiere vormen krijgt.

Het is dus niet: door het afslanken komt de balans terug. Maar omgekeerd: als je de balans herstelt, zul je afvallen. Dat is een hele klus. Schaam je dus niet als het een keer mislukt is, of al heel vaak. Pak vandaag een verbeterpunt op dat voor jou haalbaar is en bouw stap voor stap aan je nieuwe balans. Het voordeel is, dat je dan niet in september, januari of april weer aan een nieuw dieet hoeft te beginnen dat ook weer mislukt. Je bouwt almaar verder aan je gezonde lichaam en aan een mooi leven.

Facebooktwitterlinkedin
Gepost op

Is een suikervrij leven zinvol?

freeimage-1802451-web

Liesbeth Oerlemans en Meijke van Herwijnen

Wie overweegt om suiker te gaan minderen of zelfs helemaal te schrappen uit zijn voeding, heeft daar een reden voor. Vaak is dat dat hij of zij wil afvallen of zich gezonder wil voelen. Om duurzame gezonde gewoontes te ontwikkelen en je doel te behalen, moeten adviezen uitvoerbaar zijn en niet onnodig duur. En voor succesvol afvallen geldt: op de langere termijn moet je meer verbruiken dan dat je binnenkrijgt. Dat geldt uiteraard niet alleen voor je suikerinname, maar voor je hele voedingspatroon.

Afvallen lukt het beste als je dingen eet die verzadigen, zoals volkoren producten, noten, zaden, groente en fruit: allemaal voeding met een hoge nutriëntendichtheid. Dat is handig als je af wil vallen, want als je verzadigd bent stop je eerder met eten. Koek, snoep en snacks verzadigen slecht en bevatten wel veel calorieën. Die kun je dus beter beperken of niet nemen. Nu vinden veel mensen dat lastig, want we houden van lekker eten en vooral van zoet, vet en zout. Wie minder suikerhoudende producten wil eten, gaat dus vaak op zoek naar andere zoetmiddelen.

Alternatieven voor kristalsuiker (‘gewone’ suiker’) die vaak genoemd worden, zijn bijvoorbeeld kokosbloesemsuiker en honing. Kokosbloesemsuiker bevat echter net zoveel kilocalorieën als kristalsuiker, bevat een heel klein beetje mineralen, maar is wel extreem veel duurder.  Het bestaat voor de helft uit fructose en voor de helft uit glucose. Ook honing bevat even veel kilocalorieën als ‘gewone’ suiker. Honing is wellicht iets gezonder door de enzymwerking maar dat geldt niet als je hem boven ca. 40 graden C verhit. Dan gaan de enzymen kapot. Ermee bakken of koken werkt dus niet. En je moet koudgeslingerde honing zoeken om van de enzymwerking te profiteren.

Een ander zoetmiddel dat in de belangstelling staat, is stevia. Veel mensen denken dat stevia afkomstig is uit een plant. Maar stevia is als plant in voeding niet toegestaan. De steviolen die als zoetstof worden gebruikt, zijn een e-nummer, net als aspartaam. Er is geen onderzoek gedaan dat bewijst dat stevia verwerkt in voeding gezonder is dan aspartaam.

In het kort kun je stellen: zoet past in ons voedingspatroon, maar voor de meeste mensen geldt dat de huidige voeding (veel) teveel zoet bevat. Wennen aan minder zoet (in welke vorm dan ook) is een gezondere keuze. Probeer daarom ook frisdrank en fruitsappen te beperken.

Natuurlijk is dit niet altijd gemakkelijk. Om je voeding gezonder te maken heb je in de eerste plaats kennis nodig over wat dan gezond is. Er is nog veel meer te zeggen over de precieze werking van suikers in het menselijk lichaam. Maar daarnaast zal je de inzichten en de vaardigheden moeten hebben om je eigen gedrag aan te sturen. Dat geldt absoluut ook voor het ontwennen van snoepen. Anders blijf je ‘van hype naar hype hoppen’ en neemt je vertrouwen in je eigen keuzes alleen maar af.

De studenten aan onze opleiding tot gewichtsconsulent krijgen goed onderbouwde informatie, onder andere over toegevoegde suikers, vrije suikers, fructose, zoetstoffen en e-nummers. Daardoor weten ze hoe ze met vragen over deze onderwerpen om kunnen gaan en hoe ze informatie in de media kunnen interpreteren. Minstens zo belangrijk is, dat ze leren hoe ze mensen kunnen begeleiden om echt dichter bij hun doel te komen.

Facebooktwitterlinkedin
Gepost op

Check je afslankmethode: gaat hij werken?

freeimage-3553235-webMeijke van Herwijnen

Als je wilt afvallen, wil je waarschijnlijk een beter figuur, een fitter lichaam en/of meer rust in je lijf. Om daar te komen, heb je een goede aanpak nodig. Iets wat werkt en ervoor zorgt dat je niet weer aankomt! Maar hoe weet je of een aanpak je dat gaat bieden?

De eerste neiging die mensen hebben, is kijken hoeveel je afvalt. In kilo’s of in centimeters. Maar als je niet alleen resultaat wilt op de korte termijn, maar ook op de lange termijn, moet je nog iets anders toetsen: verandert mijn gedrag door de aanpak die ik heb gekozen?

Ik geef je hieronder een lijstje met gewoontes die belangrijk zijn als je slank wilt zijn. Helpt je afslankmethode je om deze gewoontes op te bouwen en ze steeds gemakkelijker te vinden? Dan is hij geschikt voor jou. Brengt je afslankmethode je verder van deze gewoontes af? Dan moet je je aanpak verbeteren.

Hier moet je afslankmethode je naartoe helpen:

Lichamelijke activiteit en buitenlucht

  • Bewegen: dagelijks minimaal 30 minuten matig actief bewegen.
  • Kracht-/spiertraining: minimaal 3x per week 15 minuten
  • Buitenlucht: minimaal 15 minuten per dag met onbedekte handen en gezicht

Slaap en ontspanning

  • Slaap: 8 uur per nacht
  • Uit taak stappen voor ontspanning: minimaal 2x per dag 15 minuten

Eetgewoontes

  • Ontbijt: 7x per week
  • Gezonde maaltijd: minimaal 3x per dag
  • Groente: minimaal 200 gram / 4 opscheplepels
  • Groente: minimaal 2x per dag
  • Fruit: 2 stuks per dag (een stuk heeft de grootte van een vuist)
  • Water/vocht: minimaal 1,5 liter, maximaal 2,5 liter (dranken met alcohol erin tellen niet mee)
  • Koffie/zwarte thee: maximaal 2 koppen koffie of 6 koppen zwarte thee per dag
  • Snoep/snacks/suikerhoudende drank: maximaal 1x per dag 1 eenheid, minimaal 2 dagen per week niet (1 eenheid is een afgestreken handje snoep/snacks, bij chips en luchtige zoutjes is het 2 handjes, suikerhoudende dranken 1 glas)

Alcohol

  • Vrouwen: maximaal 1 glas per dag (in het glas dat bij de drank hoort), minimaal 2 dagen per week niet
  • Mannen: maximaal 2 glazen per dag (in het glas dat bij de drank hoort), minimaal 2 dagen per week niet

Contact

  • Lichamelijk contact: minimaal eenmaal per dag, maximaal 2 dagen per week niet
  • Mensen met gezonde gewoontes in je omgeving: minimaal 2
Facebooktwitterlinkedin